Afkoop alimentatie en andere besluiten
16 januari 1997
Besluit staatssecretaris van Financiën/besl 16-01-97
Originele documenten:
* WordPerfect 5.1 formaat: DB-5248.WP
* Microsoft Word 6.0 formaat: DB-5248.doc
Besluit staatssecretaris van Financiën 28 december 1992, nr.
DB92/62-04, zoals dat luidt na het wijzigingsbesluit van 28 december 1995, nr.
DB95/2486M, en het wijzigingsbesluit van de plv. Directeur-Generaal der
Belastingen van 14 januari 1997, nr. DB96/5248M.
1. Afkoop alimentatie
In gevallen waarin na echtscheiding de onderhoudsver-plich-ting jegens de gewezen
echtgenoot wordt afgekocht door het storten van een bedrag bij een hier te lande
gevestigde verzekerings-maatschappij als koopsom voor een recht op periodieke
uitkeringen aan de gewezen echtgenoot, placht ik met toepassing van de
hardheidsclausule onder voorwaar-den goed te keuren dat het ter zake gestorte
bedrag voor de heffing van de inkomstenbelas-ting werd aangemerkt als aftrekbare
persoonlijke verplichting. Dit beleid is bekend gemaakt in het Info-bulletin van
de Belastingdienst van juni 1991 onder nummer 91/263.
Aan dit tegemoetkomende beleid lag onder meer de overwe-ging ten
gron-dslag dat onder het voor 1 januari 1992 bestaande wettelijke re-gime
tegenover de niet-aftrekbaar-heid van de koopsom stond dat de uitke-ringen uit
het onderhavige stamrecht bij de ontvangende partij inte-graal in de
belastingheffing werden betrokken.
Met ingang van 1 januari 1992 is het wettelijke regime op dit punt zodanig
gewijzigd dat de uitkeringen uit het stamrecht niet langer worden gerekend tot de
familierech-telijke periodieke uitkeringen maar tot de vermogensrech-telijke
periodieke uitkeringen. Dit brengt met zich mee dat de uitkeringen thans slechts
in de heffing worden be-trokken voor zover zij de gestorte koopsom te boven gaan
(toepassing saldo-methode).
Deze wijziging van het wettelijke regime vormt voor mij aanleiding vorenbedoeld
hardheidsclausulebeleid niet langer voort te zetten. Uit diverse verzoeken is mij
gebleken dat in de praktijk niet altijd re-kening is gehou-den met de gevolgen
van vorenbedoelde wetswijziging. Mede in verband daarmede heb ik aanleiding
gevonden bij wijze van overgangsmaat-regel goed te keuren dat voor na te noemen
situaties nog een tegemoetko-ming wordt verleend.
2. Tegemoetkoming
In situaties waarin belanghebbenden zich vóór 1 januari 1994 in het
kader van afkoop van de alimentatieverplich-ting hebben verplicht tot het storten
van een bedrag bij een hier te lande gevestigde verzeke-ringsmaat-schappij voor
de aankoop van een direct ingaande periodieke uitkering aan de gewezen
echtgenoot, en de storting ook daadwerke-lijk vóór 1 januari 1994
heeft plaatsgevonden, kunnen de inspecteurs van de Belastingdienst zich voor
gemachtigd houden op verzoeken om toe-passing van de hardheids-clausule
zelfstandig te beslissen in die zin dat wordt goedgekeurd dat het gestorte bedrag
bij de betalende partij als per-soonlijke verplichting op het onzuiver inkomen in
minde-ring wordt gebracht.
3. Voorwaarden
Alvorens de onder punt 2 omschreven tegemoetkoming wordt verleend dient
belanghebbende tegenover de inspecteur een schriftelijke ver-klaring van de
gewezen echtgenoot te overleggen inhoudende dat deze er mee instemt dat de
uitkeringen uit het stamrecht, in afwijking van het wette-lijke regime, vanaf de
aanvang ten volle in de heffing van de inkomstenbelas-ting en premie
volksverze-keringen worden betrokken en voorts dat ingeval van schenking van het
stamrecht aan een derde de waarde in het economi-sche verkeer van het stamrecht
tot het be-lastbare inkomen van de gewezen echtgenoot wordt gerekend.
4. Verrekening van pensioenrechten
Ingevolge artikel 26b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 kan ook het
toekennen van een recht op periodieke uitkeringen in het kader van een
boedelscheiding niet tot een aftrek op de voet van artikel 45 van genoemde wet
leiden.
Ik keur evenwel goed dat de inspecteurs het onder de punten 2 en 3 vermelde
beleid dienovereenkomstig toepassen op verzoeken om een te-gemoetkoming ingeval
in het kader van verrekening van pensioenrechten na echtscheiding dan wel
scheiding van tafel en bed een bedrag wordt gestort bij een hier te lande
gevestigde verzekeringsmaatschappij voor de aankoop van een stamrecht ten behoeve
van de gewezen echtge-noot.
5. Goedkeuring voor het jaar 1996
Naar aanleiding van vragen vanuit het parlement is begin 1995 een onder-zoek
gestart naar de maatschappelijke be-hoeften met betrekking tot de werking van de
fiscale regelgeving voor de afkoop van alimen-tatie in de vorm van een
stamrecht.
Na evaluatie van de uitkom-sten van dat onderzoek zal worden bezien in hoeverre
een wijziging van het wettelijk regime gewenst is. In af-wach-ting daarvan keur
ik goed dat de in punt 2 omschreven tege-moetko-ming en de in punt 4 opgenomen
uitbreiding tot verrekening van pensi-oenrechten (beide met inachtneming van de
in punt 3 ver-melde voor-waarden) ook voor het jaar 1996 worden toege-past.
6. Goedkeuring voor de periode na het jaar 1996
De resultaten van het in punt 5 bedoelde onder-zoek geven mij aanlei-ding
vooruitlopend op een wijziging van het wettelijk regime goed te keuren dat de in
punt 2 omschreven tege-moetko-ming en de in punt 4 opgenomen uitbrei-ding tot
verrekening van pensi-oenrechten (beide met inachtneming van de in punt 3
ver-melde voor-waarden) ook worden toegepast ten aanzien van het afkopen van
eerderbedoelde verplichtin-gen die plaatsvinden na het jaar 1996.
De wijziging van dit Besluit treedt in werking op 1 januari 1997; met de
inwerkingtreding van vorenbedoelde wetswijziging vervalt dit Besluit.
|